17 February 2026
Digitale soevereiniteit staat bij steeds meer organisaties op de agenda. Soms door nieuwe wetgeving of geopolitieke ontwikkelingen, maar steeds vaker door een groeiend gevoel van ongemak: hebben we eigenlijk nog echt grip op onze data en systemen?
Het lastige is dat het onderwerp snel abstract wordt. Discussies schieten vaak door naar uitersten: alles Europees en in eigen beheer, of alles in de cloud bij één grote leverancier. Maar zulke zwart-witkeuzes lossen zelden het echte probleem op. De vraag is niet óf soevereiniteit belangrijk is, maar hoe je het zó organiseert dat het uitvoerbaar blijft zonder innovatie af te remmen.
Digitale soevereiniteit is geen puur technisch vraagstuk, maar meer strategisch. Het gaat over zeggenschap, risico’s en afhankelijkheden. Technologie volgt die keuzes, niet andersom. Wie begint bij tooling, loopt het risico een oplossing te bouwen voor een probleem dat nog niet scherp is.
Een werkbare aanpak begint daarom bij een andere vraag: wat betekent soevereiniteit voor ónze organisatie? Gaat het om de locatie van data? Om toegang door buitenlandse partijen? Om wetgeving buiten de EU? Of om afhankelijkheid van één leverancier? Meestal blijkt al snel dat niet alle data en systemen hetzelfde risicoprofiel hebben. En dat nuance ruimte geeft.
Door onderscheid te maken tussen verschillende soorten data en toepassingen ontstaat ruimte. Sommige gegevens zijn kritisch of gevoelig en vragen maximale controle. Andere data zijn vooral operationeel of vervangbaar en kan met beheerst risico worden ondergebracht. Door deze nuance aan te brengen voorkom je dat soevereiniteit innovatie of snelheid onnodig in de weg zit. Of dat snelheid onbedoeld tot blinde afhankelijkheid leidt.
Governance en data-management spelen hierin een belangrijke rol. Wie is eigenaar van data? Wie mag erbij? Kunnen we verplaatsen als dat nodig is? En is dat technisch ook echt mogelijk? Pas wanneer die vragen beantwoord zijn, ontstaat er echte regie.
Een veelvoorkomende valkuil is wat je schijnsoevereiniteit zou kunnen noemen: het voelt geregeld, maar bij doorvragen blijkt de bewegingsruimte beperkt. Data in Europa, maar met niet-Europese beheersoftware. Encryptie zonder eigen sleutelbeheer. Contractueel eigenaarschap zonder realistische exitstrategie. Op papier klopt het, in de praktijk knelt het.
Belangrijk is ook het besef dat volledige autonomie niet bestaat. Elke keuze heeft consequenties voor kosten, flexibiliteit of snelheid. Soevereiniteit gaat daarom niet over het uitsluiten van risico’s, maar over het expliciet maken ervan en het bestuurlijk bepalen welke afhankelijkheden je accepteert.
Organisaties die dit succesvol aanpakken, doen drie dingen: ze maken het onderwerp concreet, brengen nuance aan in hun data en systemen, en combineren governance met techniek. Ze kiezen niet ideologisch, maar bewust. Niet om alles dicht te timmeren, maar om ervoor te zorgen dat ze alternatieven houden.
Bij Heroes geloven we dat digitale soevereiniteit geen rem hoeft te zijn op innovatie. Mits je het benadert als een strategisch ontwerpvraagstuk in plaats van een technische reflex. Niet door alles vast te zetten, maar door je digitale landschap zo in te richten dat je regie behoudt. Ook als de omstandigheden veranderen.

Hallo, ik ben Tom. Stuur mij een email naar tom.steenbakkers@heroes.nl for more information.